PDF Afdrukken E-mail

Waadbroek aan de lijn door Henk Tjassing

...Hier sta ik dan bij het krieken van de dag aan de boorden van het IJsselmeer. Wat een wereld. Er is echter weinig vis aan de kust. De tactiek is kilometers maken in de waadbroek met tasje, net en penhengel. Zo licht mogelijk bepakt de vis zoeken. Het is harde zandbodem, ondiep en eigenlijk net niet helder genoeg. Immense rietkragen met inhammen waar soms de vis lekker in het zonnetje ligt. Hier en daar zijn kleine groepjes kleine karpers. Ze liggen lekker te zonnen tegen de manshoge rietkragen. Miljoenen dansende rietmuggen maken een intens hoogtonig zoemend geluid. Hier vang ik ze niet!

In de eerste plaats zoek ik actief zwemmende groepen karpers van aantrekkelijk formaat. In de tweede plaats weet ik uit ervaring dat je tot bloedens toe word lekgestoken door de horden rietmuggen. Zich aftekenend als dansende wolken! Verder baaien op de oneindige ondiepe zandplaten. De zon gaat onbarmhartig schijnen. Bij aflandige wind komt de karper soms massaal naar de warmere ondiepe baaien. Vandaag is zo'n dag. De vis kan in het heldere water redelijk eenvoudig gelokaliseerd worden. De donkere gestaltes tekenen zich onmiskenbaar af door soms met een rugvin of zelfs halve rug boven water te zwemmen. Duikboten gelijk. Het is werkelijk een fenomenaal gezicht als een groep karpers langs je heen zwemt op een paar meter afstand. En dat op een water waarvan je de overkant niet- of nauwelijks kunt zien. De temperatuur bedraagt rond de klok van elf uur ongeveer 25 graden. Flink zweten geblazen in de "braadbroek". De kunst is om je zo onopvallend mogelijk - en in een traag tempo voort te bewegen.

Dit vergt wel enig aanpassen. Doe je dit niet dan heb je na twee uurtjes waden gegarandeerd verzuurde spieren in de benen. Het water reikt soms tot de knie, soms tot de heup. Scholen voorns en brasem zwemmen langs de benen. Een polariserende bril is een must evenals een pet met grote klep tegen de zon. Dus Franse maatregelen zijn gewenst! Grondige kennis van de oeverzones van het IJsselmeer is een absolute noodzaak. Met de onafzienlijk brede rietkragen en de talloze kleine en grote inhammen en baaien is het zeker niet ondenkbaar dat je verdwaalt! Voorkennis van het weer is nodig omdat bij plotselinge weersomslag met aanlandige krachtige wind de situatie onveilig kan worden.

Er zijn soms de nodige kilometers gemaakt, het water stijgt tot boven waadbroek peil en de wind kan in enkele minuten aanwakkeren tot stormkracht. Beide handjes gevuld met net en hengel. De natuur kan zich tegen je keren met onvoorstelbaar geweld. Val niet om wanneer je een waadbroek draagt in water dat tot de heupen reikt (zoals vandaag in een onbewaakt ogenblik gebeurde) want er kan een luchtbel ontstaan die ervoor zorgt dat je beentjes als dobbers boven water komen te staan en je hoofd naar beneden wordt getrokken! Een hachelijke situatie want ook de hengel, het schepnet en de tas raken te water. Het beste wat je dan kunt doen is de armen om je knie&eoml;n slaan en de luchtbel wegpersen. Dan ben je dus al kopje onder geweest! Daarna weer het materiaal bijeengrabbelen. De wegdrijvende pet ophalen en naar de oever om de hele boel uit te wringen en wat laten drogen. Ik laat de schrik wat laten zakken. In de blote kont op een zandbankje.

 

De tas is er het ergst aan toe. In kleine afsluitbare plastic doosjes is de lunch gelukkig nog in goede conditie (ik bewaar alles in kleine tupperware doosjes, voor een luttel bedrag gekocht op de rommelmarkt). Het pak superfriss lest de dorst maar het draaien van een shagje is niet meer mogelijk. Bruin water drupt uit het pakje Drum. Shit! Ik kijk eens goed om me heen en laat de overweldigende schoonheid van de IJsselmeerkust over me heen komen. Zopas nog bijna verzopen en nu alweer helemaal gelukkig . Een zacht aflandig windje laat de rietkragen om me heen wuiven. Eenden vliegen verschrikt op als ze zomaar een naakte kerel in hun leefwereld tegenkomen. Vanuit mijn linkerooghoek zie ik ze komen! langwerpige donkere schimmen zwemmen traag in mijn richting. De rugvin gestreken maar fier boven water gevolgd door lome boeggolven. Snel. Actie!... Er zitten nog drie flinke maïskorrels op de Fox maatje 8. Op zo'n zes meter uit de oever loopt een opdiep geultje. Mikken... er een beetje overheen en dan even terugtrekken. Hij ligt goed.

De zelfgefabriceerde pen staat iets te hoog. Laat maar staan. Uit het zicht nu! Een paar korreltjes van het gele snoepgoed rond de pen voor mijn vertrouwen. De hartslag gaat merkbaar omhoog. Droge keel. Trillende handen... Ja, daar komen ze. Drie karpers van redelijk formaat gaan door het geultje. Het is ongeveer zestig centimeter diep. De eerste karper mindert vaart, lijkt even in te houden, maar wil doorzwemmen. De tweede blijft een paar meter van de pen liggen. De derde en tevens grootste van het drietal zwemt vlak langs de pen, keert dan en blaast een stofwolk in de zachte prut in het geultje. De staart komt boven. Een bruine vlag die mij wel aanstaat. Wat is dit ongelooflijk spannend! De staart verdwijnt. Weer een stofwolk en een paar belletjes op ongeveer anderhalve meter van de pen! Aan de andere kant ook stofwolken die afkomstig zijn van de tweede karper. Dit gaat goed! Ik durf maar nauwelijks met mijn ogen te knipperen. In het omgewoelde water zie ik niet meer of de karpers zich nog bij de pen bevinden. Dan gebeurt het. De pen komt even een halve centimeter omhoog en trekt zo schuin in een ononderbroken beweging weg. De lijn volgt. Ja, NU!!... Het water explodeert. De vis spuit weg richting Enkhuizen. Altijd richting Enkhuizen. Op dit ondiepe water kunnen ze maar een ding doen en dat is zo hard mogelijk weg. De twee andere vissen volgen het voorbeeld in de dezelfde fractie van een seconde. De 1.25 lbs buigt tot in het handvat en de slip zingt het hoogste lied. Het eerste schot is niet te houden en is vast wel dertig meter! De vis draait en komt in een wijde boog terug, bedenkt zich toch en gaat weer richting Enkhuizen. Wat een kracht! Het duurt nog wel even voordat de vis zijn rondjes gaat draaien in de buurt van het net. Ik besef mij plotseling dat ik een karper in mijn blote kont sta te drillen. Moet eventjes lachen, maar bedenk eveneens om dit aan het thuisfront niet bij de avonturen te vermelden.

De karper komt nu toch langszij. Nou zeg, nog een keer weg. Dan geeft ie het op. Zo, in het net. Wat een mooie vis. Een lange, slanke schubkarper van ruim 12 pond. Wat een pit zit er nog in. Een fotootje zal niet gaan want de camera laat ik op dergelijke dagen thuis. De uitrusting moet immers zo licht mogelijk. De vis oogt niet zo jong meer en draagt de sporen van een ruw en hard leven op het immense water. Zelden heb ik hier een karper gevangen waar werkelijk niets aan mankeerde. Hier een kras, daar een genezen wondje, een paar schubben die uit het patroon liggen. Een wildwaterdier met ongelooflijke power. De vis heeft wel een maagdelijke bek! De vlezige taaie lippen vertonen geen sporen van eerdere vangsten. Het kleine gaatje in de onderlip is van mijn kleine Foxje. Lichte, soepele hengels maken minder stinkende wonden! De trots van het IJsselmeer mag weer terug in zijn element en mijn dag is (bijna) goed. Nahijgend en zwetend. Eerst mezelf even afspoelen. In het zonnetje drogen en vooral genieten van de vangst van deze supervis. Ja, een vis van zo'n 12 pond, die zo hard knokt, van zo'n ongelooflijk indrukwekkend water. Dat is voor mij net zo bevredigend als een Franse veertiger uit een stuwmeer met een bonk lood en ingenieuze rigjes getooid met de nieuwste superboilie. De kleren zijn bijna droog, dus maar weer aantrekken en verder ploeteren.

Toch weinig vis aan de kust vandaag. Tegen een uur of twee in de middag draait de wind en van verschillende kanten zie ik de vis wegtrekken naar het diepere water. Ook mijn tijd om weer naar huis te gaan. "Hoe komen je kleren zo damp?". Ik brom iets van zon en transpiratie in waadbroeken. Ik ontwijk haar onderzoekende blik. Waadbroek aan

...de waslijn, dat doet 'ie anders nooit.